Doei!

En daar zit ik dan in tootje, op weg naar een adresje voor stenen met begeleiding van mijn ineens Deens sprekende, en niet door mij te wijzigen, navigatiestem.
En dat terwijl we alle kansen aan willen grijpen om het ergens achter in het hoofd opgeslagen Frans willen proberen te activeren nu we al bijna weer 3 maanden in Frankrijk wonen begint mijn Deens (of andere Scandinavische taal) goed te worden.
De weken (en maanden) zijn voorbij gevlogen en er is genoeg nog niet gelukt om al een mooie “Ik vertrek” drama aflevering te vullen en dat terwijl de echte uitdaging over circa 2 maanden van start zal gaan.

Nog even best wel duur hondenvoer kopen in de grote stad en op weg voor de laatste kilometers naar het adres voor de 40 tegels.
Eenmaal aangekomen in het dorpje word ik langs steeds aftandsere wegen richting de akkers gestuurd door mijn Deense hulpje. Ik probeer nog 3x opnieuw uit te zoeken of ik nummer 13 ergens kan vinden. De nummers lijken door te lopen, maar het lukt niet.
Na even goed lezen van het bericht van de verkoper zie ik dat ik richting een ander dorp aan moet houden. Met deze enigszins laat gecheckte informatie begin ik mijn zoektocht opnieuw. Wat blijkt, nummer 13 bestaat ook op een hofje.
Ik stap uit en druk op de bel bij de voordeur. En wie doet er open, de donker getinte man die ik al een paar keer naar mij zag kijken vanuit zijn tuin. En aangezien hij niet de enige was die het oude Peugeotje met Nederlands kenteken (waar we nog maar steeds niet vanaf komen) wel het nakijken in het rustige gehucht waard vond, had ik niet direct verwacht hem achter deze voordeur aan te treffen.

De aardige man, Erik (zoals inmiddels ongeveer al onze contactpersonen heten, al dan niet met “k” of “c”), geeft aan mij te helpen. Beiden trekken we stevige werkhandschoenen aan en het sjouwen naar de weg en in mijn autootje begint.
De tweede steen wordt al aardig zwaar om naar de auto te krijgen en bij de derde steen wordt het echt zweten.
Tot mijn positieve verbazing heeft Erik al eerder rustpauzes nodig dan ikzelf.
Na bijna 30 stenen zie ik de auto al aardig door zijn vering zakken. Er mag ook maar 500 kg mee worden vervoerd.
Na discussie met zijn vrouw over het gewicht en of de laatste 10 stenen er ook nog wel bij kunnen wordt de weegschaal uit de badkamer gehaald en blijken de stenen toch stiekem bijna 33 kg per stuk te wegen.
Ik besluit de laatste 10 wel apart op te halen.

En dan hoor ik Erik ineens Nederlands spreken. Hij blijkt 5 jaar in Nederland te hebben gewoond en nu in Frankrijk heeft hij wel een paspoort gekregen en mag en kan hij werken. Hij heeft een lief gezin en woont in een prachtig huis in een mooie omgeving. Hij was asielzoeker in Nederland waar ze hem geen kans wilden bieden. Beiden concluderen we (ook al zijn de redenen anders) dat we het echt vele malen beter getroffen hebben hier in Bretagne.
Bij het wegrijden hoor ik achter mij nog een “doei!” Ik roep door mijn raam glimlachend “doei!” terug.